Achtergrond · Muziek

De tien beste audiofiele referentietracks tussen 2000 en 2010

Tien opnames uit het eerste decennium van deze eeuw die genadeloos tonen waartoe je audioset werkelijk in staat is. Van Radiohead en Daft Punk tot Johnny Cash en Sufjan Stevens.

Door Ivo · · 5 min lezen

Barokke illustratie van muzikale figuren rond vintage hifi-apparatuur, met een banner: De tien beste audiofiele referentietracks tussen 2000 en 2010.
Barokke illustratie van muzikale figuren rond vintage hifi-apparatuur, met een banner: De tien beste audiofiele referentietracks tussen 2000 en 2010.

Het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw stond in de muziekindustrie bekend om de verwoestende loudness war. Veel albums werden platgeslagen met zware dynamische compressie om maar zo luid mogelijk te klinken op de radio of via vroege mp3-spelers.

Tegelijkertijd waren er producers, technici en artiesten die deze trend weigerden te volgen. Zij benutten de opkomst van geavanceerde 24-bit digitale studio-opnames en combineerden die met analoge mengtafels en klassiek vakmanschap.

Het resultaat: een reeks opnames die op het gebied van dynamiek, ruimtelijkheid en natuurlijke timbre tot op de dag van vandaag als absolute referentie gelden.

Hier zijn tien tracks uit de periode 2000 tot 2010, verdeeld over uiteenlopende genres, die genadeloos aantonen waartoe een audioset werkelijk in staat is.

1. Radiohead – Pyramid Song (2001)

Album: Amnesiac

Genre: Art rock / experimenteel

De opnametest: Timing, diepte en rust tussen de noten.

Waar je op moet letten: De ongebruikelijke ritmische structuur op de piano trekt de luisteraar direct naar binnen. De drums van Phil Selway, opgenomen in een middeleeuwse kerk in Gloucestershire, ademen een enorme natuurlijke nagalm. Let op de bekkens: die moeten fluweelzacht en ongecomprimeerd uitklinken, terwijl de zang van Thom Yorke als een tastbare figuur precies tussen de strijkers zweeft.

2. Diana Krall – Temptation (2004)

Album: The Girl in the Other Room

Genre: Jazz / blues

De opnametest: Micro-dynamiek, snaartextuur en contrabas-definitie.

Waar je op moet letten: Technicus Al Schmitt zette in Capitol Studios een van zijn meest verfijnde akoestische registraties neer. De houten klankkast van de contrabas van Christian McBride vormt de ultieme test voor resonanties in het laag. Iedere pluk aan de snaar heeft een scherpe aanzet, gevolgd door een ronde, resonerende toon die nergens mag gaan dreunen.

3. Daft Punk – Voyager (2001)

Album: Discovery

Genre: French house / funk

De opnametest: Transient-snelheid en gelaagdheid in het midden-laag.

Waar je op moet letten: Waar veel latere dancemuziek dichtloopt door zware limiting, heeft Voyager juist een opmerkelijk open dynamiek. De baslijn, gespeeld door Guy-Manuel de Homem-Christo, tikt met ongekende precisie en punch door de kamer. Een versterker met een hoge dempingsfactor laat de noten direct starten en stoppen, terwijl de akoestische gitaarloopjes helder aan de zijkanten van het klankbeeld fonkelen.

4. Johnny Cash – Hurt (2002)

Album: American IV: The Man Comes Around

Genre: Americana / akoestisch

De opnametest: Dynamisch bereik en ongefilterde stemweergave.

Waar je op moet letten: Rick Rubin koos voor een compromisloos directe registratie van Cash' verweerde stem. De barsten in zijn stembanden, zijn ademhaling en het lichte trillen van zijn lippen staan zonder opsmuk vooraan in het beeld. Wanneer het nummer naar het einde toe aanzwelt met distorted piano en zware akoestische gitaren, mag het geluid niet instorten of verworden tot een schelle brij.

5. Massive Attack – What Your Soul Sings (2003)

Album: 100th Window

Genre: Trip-hop / ambient

De opnametest: Sub-laag extensie en fasereinheid.

Waar je op moet letten: What Your Soul Sings, ingezongen door Sinéad O'Connor, combineert ijle vocalen met een sub-bas die tot diep onder de 35 Hz reikt. Deze track legt direct bloot of een luidspreker of subwoofer echt controle heeft in de laagste octaven, of simpelweg poortruis en kastresonantie produceert.

6. Gillian Welch – Hard Times (2001)

Album: Time (The Revelator)

Genre: Folk / roots

De opnametest: Fase-evenwicht van twee akoestische gitaren en harmoniezang.

Waar je op moet letten: Opgenomen in het historische RCA Studio B in Nashville, vrijwel geheel live rond een paar condensatormicrofoons. De samenzang tussen Welch en partner David Rawlings is zó intiem dat het op een goede set lijkt alsof twee mensen op houten stoelen een meter voor je neus zingen. Let op het gitaarspel van Rawlings op zijn vintage Epiphone Olympic: iedere snaaraanslag klinkt houtachtig, direct en dynamisch.

7. Yello – The Expert (2009)

Album: Touch Yello

Genre: Elektronisch / audiofiel pop

De opnametest: Soundstage-breedte, hoogdetail en virtuele geluidseffecten.

Waar je op moet letten: Boris Blank staat bekend om zijn maniakale aandacht voor stereoplacement. Geluidseffecten schieten van meters buiten de linker luidspreker naar ver voorbij de rechter luidspreker. De percussie en sub-laag pulsen hebben een fysieke druk die direct aantoont hoe snel het systeem reageert op abrupte elektronische transiënten.

8. Shelby Lynne – Just a Little Lovin' (2008)

Album: Just a Little Lovin'

Genre: Pop / soul / akoestisch

De opnametest: Ruisvloer, bekkendetail en plaatsing in de diepte.

Waar je op moet letten: Vaste prik op internationale audioshows. De openingsslag op de bekkens en snaredrum heeft een natuurlijke attack en een galm die eindeloos wegsterft in een muisstille ruimte. Zodra de diepe bas invalt, blijft de stem van Lynne haarscherp gefocust in het midden staan.

9. Sufjan Stevens – Casimir Pulaski Day (2005)

Album: Illinois

Genre: Indie folk / kamerpop

De opnametest: Scheiding van akoestische instrumenten en ruimtelijke gelaagdheid.

Waar je op moet letten: Een prachtig voorbeeld van een lo-fi thuisopname die door muzikaal vakmanschap uitgroeide tot een dynamisch meesterwerk. De akoestische gitaar en banjo zijn droog opgenomen, maar wanneer de koperblazers en het achtergrondkoor invallen, opent zich een brede, warme akoestische ruimte waarin elk instrument afzonderlijk te volgen blijft.

10. Nils Lofgren – Keith Don't Go (Acoustic Live, 2006)

Album: Acoustic Live

Genre: Rock / akoestisch

De opnametest: Akoestische gitaardynamiek en transiënts.

Waar je op moet letten: Hoewel oorspronkelijk opgenomen aan het eind van de jaren negentig, werd deze registratie in het decennium 2000-2010 dé wereldwijde standaard voor gitaardemonstraties. De solo van Lofgren op zijn Takamine-gitaar is een explosie van snaardruk, flageoletten en percussief tikken op de klankkast. De snaren moeten snijden en sprankelen zonder dat het geluid ooit scherp of onaangenaam metaalachtig wordt.

Deze tien tracks vormen samen een uitgekiende testset: van akoestische intimiteit tot elektronische precisie, van diepe sub-bas tot luchtige nagalm. Geen enkele opname verontschuldigt zich voor de tekortkomingen van een set. Luister er eens kritisch naar — en ontdek wat je apparatuur werkelijk kan.

  • #referentietracks
  • #hifi test
  • #loudness war
  • #dynamiek
  • #Radiohead
  • #Diana Krall
  • #Daft Punk
  • #Johnny Cash
  • #Massive Attack
  • #Gillian Welch
  • #Yello
  • #Shelby Lynne
  • #Sufjan Stevens
  • #Nils Lofgren

Verder lezen

Alle artikelen

Reacties (0)

  • Wees de eerste die reageert.

Log in om mee te praten over dit artikel.